In een nog te verschijnen artikel van Ronald van Raak las ik over de beruchte filosoof Gerard Bolland (1854-1922). Berucht, want niet alleen hoogleraar filosofie in Leiden, maar ook antidemocraat, antisemiet en fascist. Als Kamerlid verbaasde het Van Raak dat er een buste van Bolland in het Tweede Kamergebouw stond. Niet veel later werd die weggehaald.

Ik zat online wat verder te lezen over Bolland en zag op zijn Wikipedia-pagina dat hij ‘kameelzinnen’ zou hebben geschreven. Geen compliment, maar wat zijn dat precies, kameelzinnen?

Hegeliaans spinneweb

De kritiek kwam van classicus, filosoof en dichter J.A. dèr Mouw (1863-1919). In 1905 publiceerde hij Het absoluut idealisme: een boeklange kritiek op Bolland en zijn popularisatie van de filosofie van Hegel in Nederland. Het zit vol mooie zinnen en vernietigende typeringen van Bolland. 

Van Hegel zelf moest Dèr Mouw ook weinig hebben trouwens: ‘Wie zich in Hegel waagt, heeft soms het gevoel van een vlieg, die in een spinneweb zit: hoe harder hij spartelt om los te komen, des te meer draadjes strikken de spartelende vast.’

Kameelzinnen

Over de kameelzinnen van Bolland schrijft Dèr Mouw dit:

‘Een logische ontwikkeling moet stapvoets gaan; maar laten de zinnen zich bewegen met de dansende veerkracht van paarden, wier knabbelende onstuimigheid door de rustige kracht van den menner tot zwevend stappen wordt ingetoomd, maar laten ze niet achter elkaar aansukkelen als kameelen, die met domme, pedante gezichten de kostbaarste lading brengen naar de wereldmarkt van de Gedachte.’

Dit is ook al een wonderlijke zin, vind ik. Stapvoets nadenken, maar wel in zinnen met de dansende veerkracht van paarden? Ik weet niet of die beelden nou wel zo goed bij elkaar passen. En knabbelende onstuimigheid?

Maar goed, saai is het niet. Stapje voor stapje nadenken en geen slome zinnen schrijven: dat klinkt op zich goed, alleen wel nog wat vaag. 

Parodiezinnen

We hoeven niet eens op zoek naar kameelzinnen bij Bolland zelf, want Dèr Mouw parodieert in zijn boek de stijl van Bolland. Ik geef meteen alle parodiezinnen. Zet je schrap:

‘Bijaldien de schrijver niet alleenlijk de kortzichtigheid eens blooten Verstands, doch tevens het besef eens redelijkenzins mijnen doorwrochten boeke gewijd hadde, gewisselijk hadde hij bevroed, dat hij in de zeggingen zijner ondoordachtheden en de ondoordachtheden zijner zeggingen slechts het onvermogen zijns eigenen aanlegs om tot wijsheid te ontwaken heeft ontbloot. Overmits de lezing des verslags der eerste opvoering mijns in Nederland nog nimmer vertoonden Collegii Logici zijn begrip niet tot zelfkennis vermocht te verhelderen, zoo vermeent hij in de vooroordeelen zijns Verstands volwichtige bezwaren te mogen beseffen tegen de wijze, waarop ik de centrale gedachte des absoluten idealismus uit de in de door mij aan den aanvang des leergangs gestelde vraag vervatte probleemstelling wijsgeriglijk heb afgeleid. In stede van de diepzinnigheid des bijwoords „hoe” te doorgronden, praeconiseert de hegellooze schrijver de opvatting, als zoude het den wijsgeer niet geoorloofd zijn, terwijl hij op ende op in den zin zijns zins doordringt, tevens tot zich zelf te laten komen, wat voorlopiglijk slechts aan zich onbewustelijk in de spraak aangelegd was.’

Poeh! Dit zijn dus kameelzinnen. Je hobbelt van het ene ongebruikelijke woord naar het andere (bijaldien, overmits, volwichtige, idealismus, praeconiseert) in nodeloos ingewikkelde zinsconstructies. Opvallend zijn ook al die bijwoorden: alleenlijk, gewisselijk, wijsgeriglijk, voorlopiglijk en onbewustelijk. En veel naamvallen: der, des, den. 

Er gebeurt een heleboel in deze zinnen. Te veel om allemaal af te pellen. Ze zijn in elk geval bijzonder onduidelijk en moeilijk te lezen. Het zijn drie zinnen van meer dan vijftig woorden, dus je krijgt inderdaad het gevoel dat ze achter elkaar aan voortsjokken.

Coprolithen

Dèr Mouw maakt een enorm punt van Bollands stijl. Die noemt hij onder meer een ‘dwaze stijl’, ‘dwaas hollandsch’, ‘pompeuze namaak van een grote stijl’ en ‘opgedirkt met coprolithen van fossiele rhetorica’. (Coprolieten zijn gefossiliseerde hoopjes poep.)

En hij schrijft: ‘het is zijn schrijftafel, die hem verpennewipt’. Mooi, verpennewipt; naar meester Pennewip uit Woutertje Pieterse (iets voor een latere blogpost misschien). Dèr Mouw debiteert dus bladzij na bladzij allerlei beeldende beledigingen over Bollands stijl.

Dèr Mouw maakt er zo’n punt van omdat een gebrek aan taalgevoel volgens hem kan leiden tot begripsverwarringen. Om het een beetje plat te slaan: zonder scherp omlijnde begrippen gaat filosoferen niet. Bollands slechte stijl is volgens hem dus niet alleen lelijk, maar maskeert ook de afwezigheid van heldere gedachten. Of, zoals Dèr Mouw het zegt:

‘En net zoo is ’t veel moeilijker, dwaasheden te zeggen in spreektaal dan in Bolland’s schrijftaal. Pompeuse woorden maskeeren afwezigheid van heldere gedachten even goed als afwezigheid van diep gevoel.’

Kortom, als je helder en gevoelvol wil schrijven: vermijden die kameelzinnen.

Bezig met verwerken …
Gelukt! Je staat op de lijst.

• J.A. Dèr Mouw – Het absoluut idealisme
• Ronald van Raak over het verwijderen van het beeld van Bolland
• Interview met Bolland-biograaf Willem Otterspreer via YouTube