Het goorste uit de Odyssee

De Odyssee is niet per se een heel smerig boek. Odysseus is wel een sterke, volhardende held, maar hij moet het zeker vergeleken met andere Griekse helden vaak meer hebben van zijn praatjes en vernuft dan van zijn lichaam. Toch zitten er een paar scènes in met gore, plastische beschrijvingen en die zijn me meteen meer bijgebleven dan vele andere uit het verhaal. Hoe doet Homerus dat?

Homerische vergelijking

Homerus maakt vaak gebruik van wat de ‘homerische vergelijking’ is gaan heten: een vergelijking die meestal wat vergezocht is. Vaak heeft de homerische vergelijking de vorm van ‘zoals …, zo…’ Op de eerste puntjes komt dan een beeld waarin de verteller zich een beetje verliest in de details. Dat levert vaak een onbedoeld grappig effect op, maar in sommige gevallen werkt het heel goed.

Oogtepunt

Het op een na goorste stukje uit het boek vind ik het beroemde verhaal over de cycloop Polyphemos. Odysseus en zijn bemanning worden door hem gevangen gehouden en om te ontsnappen, besluiten ze zijn ene oog uit te steken. Dat gaat zo:

Toen de olijfhouten paal – groen als hij was – haast te branden begon en fel aan het gloeien geraakte, trok ik hem terug uit het vuur en droeg hem tot dicht bij de reus. Mijn mannen stelden aan weerszijden zich op en een god blies hun moed in. Zij grepen de puntige paal en plantten hem schuin in het oog en ik leunde er tegen en draaide hem rond, zoals een timmerman met zijn drilboor een scheepsbalk boort – de knechts aan het ondereind drijven hem aan met de riem en trekken aan weerskanten en hij draait zonder ophouden voort – zo draaiden wij de roodgloeiende punt in zijn oog en het bloed stroomde om het brandende hout. De gloed verzengde hem ooglid en wenkbrauw overal in het rond, om de brandende oogappel en de sissende wortels. Zoals wanneer een smid een grote aks of bronzen bijl in koud water doopt – een luid gesis weerklinkt, als hij ze hardt, want dat geeft de kracht aan het ijzer – zo siste het oog om de boomstam. (IX, v.349-390, vert. M.A. Schwartz, p.495)

Echt goor. Toch zitten er geen gore woorden in: geen openspattende pusbulten, lillend vlees of bloedbraaksel bijvoorbeeld. De ‘sissende wortels’ zijn wel goed smerig, maar zelfs ‘sissen’ en ‘wortels’ zijn op zichzelf niet goor.

Drilboor en aks

De goorheid komt hier door de vergelijking. We hebben hier zelfs twee homerische vergelijkingen te pakken. De eerste is het stukje ‘zoals een timmerman, zo draaiden wij’ – waarbij de toevoeging ‘de knechts … voort’ niet echt nodig is, maar de zin wel vertraagt, waardoor het boren in het oog ook langer lijkt te duren.

Maar echt walgelijk wordt het voor mij pas bij die tweede vergelijking: de vergelijking tussen het geluid van de gloeiende paal in het sissende oog en dat van een hete bijl in koud water om hem te stalen. Dat is gewoon een heel goede – want herkenbare en levendige – vergelijking. 

Ook hier is de inhoudelijk overbodige toevoeging ‘een luid … het ijzer’ ijzersterk, want de zin vertraagt en dus blijf je als het ware langer hangen in het moment dat die gloeiend hete punt sissend in dat oog… brrr. Het is goor, maar heeft ook iets komisch, want doordat de verteller die toevoeging invoegt, lijkt het wel alsof hij hier expres wat langer wil stilstaan, alsof hij dit stukje met extra veel plezier aan het vertellen is.

Stukje huid

Eerder in het verhaal zit heel terloops nog zo’n gore vergelijking. In het vijfde boek tolt Odysseus dagenlang in zijn eentje rond in zee, van zijn vlot gegooid door de boze zeegod Poseidon. De godin Athene redt hem en laat hem aanbelanden op het eiland van de Phaiaken. Alleen gaat dat niet zo soepel. Als hij een rotspunt vastgrijpt, maar de zee nog steeds onstuimig is, lezen we dit:

Zoals, wanneer een poliep uit zijn schuilhoek gerukt wordt, kiezeltjes dicht op elkaar aan de zuignappen kleven, zo kleefden stukjes huid, van zijn stoere handen geschaafd, aan de rotsen. (V, v. 432, p. 454-5)

Om deze vergelijking echt te snappen is wat zeebiologische kennis nodig. Hoe dat precies zit met zuignappen van poliepen weet ik niet. Toch werkt het wel. En ‘stukjes huid’ vind ik op zichzelf al goor.

Vissen

Het allersmerigste deel van de Odyssee zit aan het eind, als Odysseus met zijn zoon Telemachos een bloedbad aanricht onder de vrijers die zijn vrouw probeerden te schaken. Ook aan het eind van deze slachtpartij vinden we twee homerische vergelijkingen. 

[Odysseus zag] dat allen waren gevallen en terneer lagen in bloed en stof – velen – zoals vissen, die vissers uit de grijze zee naar een inham van de kust hebben gesleept met het veelmazige net; zij liggen alle op het zand geworpen, snakkend naar de golven der zee, tot de brandende zon hun het leven beneemt: zo lagen toen de vrijers op elkander gesmeten. (XXII, v. 383-389, p.656)

Weer geen smerige woorden, maar dat beeld van die stikkende vissen: dat is sterk en aangrijpend. Aangezien we hier niet midden in een actie zitten, werkt de vertragende toevoeging (‘die vissers … veelmazige net’) naar mijn idee net iets minder goed.

Bloedbesmeurde leeuw

Een paar regels verder krijgen we nog deze vergelijking:

Toen trof zij Odysseus aan te midden der lijken met bloed en vuil bedekt, als een leeuw, die in het veld een rund heeft verslonden en terugkeert, overal – zijn borst en beide wangen – met bloed besmeurd, een vreselijk schouwspel. Zo stond daar Odysseus, aan armen en benen met bloed bezoedeld. (XXII, v. 401-406, p. 656)

Ik keek vroeger graag natuurfilms en dan was er altijd wel een waterbuffel of gnoe die sneuvelde door een leeuw. Dit beeld kan ik me dus goed voor de geest halen. Toch vind ik dit de minste vergelijking. De verteller zegt in dit korte stukje maar liefst drie keer dat Odysseus met bloed besmeurd is en moet ook nog toevoegen dat het een ‘vreselijk schouwspel’ is. Bij een sterke vergelijking is dat niet nodig.

Overigens kan Homerus in de vertaling van Schwartz ook goorheid opwekken met een goed gekozen woord. Het allervieste woordje, dat nog een tijdje na het lezen in mijn hoofd heeft rondgespookt, is een woord in dit stukje ook vlak na de slotslachtpartij:

Telemachos en de beide herders schrapten met krabbers de vloer van de grote zaal, terwijl de slavinnen het schraapsel wegdroegen en buiten neerwierpen. (XXII, v. 454-456, p.657)

Schraapsel: dan hebben we het waarschijnlijk dus over botscherven met bloedkorsten en haren met hersenresten. Gatverdamme.


Odyssee, Homerus, vertaling M.A. Schwartz, Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1951/2004.
• Omslagafbeelding: The Odyssey, 1997, via YouTube.