Een lekkere kop thee – George Orwell

Wat de lezer leert
een lekkere kop thee
Vertaling van ‘A Nice Cup of Tea’
George Orwell

Wie ‘thee’ opzoekt in het eerste het beste kookboek, vindt waarschijnlijk niets vermeld, of hooguit een paar zinnetjes met onduidelijke aanwijzingen die geen uitsluitsel geven over een aantal heikele kwesties. Dit is merkwaardig, niet alleen omdat thee een van de steunpilaren der beschaving in dit land en in Éire, Australië en Nieuw-Zeeland is, maar omdat er felle debatten worden gevoerd over hoe je hem het beste zet.

Als ik mijn eigen recept voor het perfecte kopje thee bekijk, dan zie ik maar liefst elf punten van belang. Over twee daarvan zal men het over het algemeen waarschijnlijk wel eens zijn, maar ten minste vier van de andere punten zijn uiterst controversieel. Hieronder mijn elf regels, die ik stuk voor stuk beschouw als gulden:

  • Ten eerste moet men thee uit India of Ceylon gebruiken. Chinese thee heeft zo zijn voordelen die vandaag de dag niet miskend moeten worden – hij is niet duur en men kan het drinken zonder melk – maar hij is weinig verkwikkend. Na het drinken ervan voelt men zich niet wijzer, moediger of optimistischer. Wie de troostrijke uitdrukking ‘een lekkere kop thee’ gebruikt, doelt steevast op Indiase thee.
  • Ten tweede moet de thee in kleine hoeveelheden worden gezet, dus in een theepot. Thee uit een thee-urn heeft geen smaak en thee zoals die in het leger wordt gezet, met een grote ketel, smaakt naar vet en witkalk. De theepot moet gemaakt zijn van porselein of aardewerk. Een theepot van zilver of Britannia-metaal levert inferieure thee op, en emaille potten zijn nog erger – maar een tinnen theepot (tegenwoordig zeldzaam) is vreemd genoeg zo slecht nog niet.
  • Ten derde moet de theepot worden voorverwarmd. Dat gaat beter door hem op het fornuis te zetten dan door hem om te spoelen met heet water, zoals de meeste mensen doen.
  • Ten vierde moet het sterke thee worden. Voor een pot van ongeveer een liter die je tot de rand vult met water zou ongeveer zes onafgestreken theelepels moeten volstaan. Als thee op de bon gaat is dit waarschijnlijk niet iedere dag van de week haalbaar, maar ik blijf erbij dat één sterke kop thee beter is dan twintig slappe kopjes. De echte theeliefhebber drinkt zijn thee niet alleen sterk, maar met het jaar zelfs steeds iets sterker – dat blijkt wel uit het feit dat er extra rantsoen is voor oude gepensioneerden.
  • Ten vijfde moet de thee los in de pot worden gedaan. Geen zeefjes, netelzakjes of andere dingen die de thee gevangen houden. In sommige landen zijn de theepotten voorzien van kleine bungelende mandjes onder de tuit, om de zogenaamd ongezonde losse blaadjes op te vangen. Men kan echter grote hoeveelheden theeblaadjes doorslikken zonder nadelige effecten op de gezondheid, en als de thee niet los in de pot zit, kan hij ook niet goed trekken.
  • Ten zesde moet men de theepot naar de fluitketel brengen en niet andersom. Het water moet eigenlijk koken op het moment dat het de thee raakt, dus moet hij op het vuur blijven terwijl men giet. Sommige mensen staan er zelfs op dat men alleen water moet gebruiken dat voor het eerst aan de kook is gebracht, maar ik heb daar zelf nooit verschil in gemerkt.
  • Ten zevende moet men na het zetten van de thee goed roeren, of beter nog, de pot een stevige draaibeurt geven, en daarna de blaadjes laten bezinken.
  • Ten achtste moet men drinken uit een flinke ontbijtkop, dus een cilindrische kop en geen vlak, ondiep kopje. Er kan meer in een ontbijtkop en bij het andere soort is de thee altijd lauw voordat men goed en wel is begonnen met drinken.
  • Ten negende moet de room eerst van de melk worden gegoten voordat hij in de thee kan. Melk die te romig is geeft de thee altijd een misselijkmakende smaak.
  • Ten tiende moet de thee als eerst worden ingeschonken. Dit is een van de meest controversiële punten – waarschijnlijk zijn alle Britse gezinnen te verdelen in twee denkrichtingen wat betreft dit onderwerp. Het ‘melk eerst’-kamp kan een aantal sterke argumenten aandragen, maar ik meen dat mijn eigen redenering niet te weerleggen is. Door de thee eerst in te schenken en te roeren terwijl men de melk erin giet, kan men namelijk de hoeveelheid melk goed in de hand houden; doet men het andersom, dan bestaat het risico dat men te veel melk inschenkt.
  • Tot slot moet thee – tenzij men het op zijn Russisch drinkt – worden gedronken zónder suiker. Ik besef terdege dat ik hier tot de minderheid behoor. Maar hoe kun je jezelf een echte theeliefhebber noemen als je de smaak van je thee verpest door er suiker in te doen? Je zou er net zo goed peper of zout in kunnen gooien. Thee hoort bitter te smaken, net als bier bitter hoort te smaken. Maak je hem zoet, dan proef je geen thee meer, maar alleen nog de suiker; je zou een vergelijkbaar drankje kunnen maken door alleen wat suiker op te lossen in heet water.

Sommigen zullen misschien zeggen dat ze niet van thee op zich houden, dat ze alleen thee drinken ter verwarming en verkwikking en dat ze de suiker nodig hebben om de smaak weg te nemen. Tegen deze verwarde figuren zou ik willen zeggen: probeer eens twee weken lang thee te drinken zonder suiker, dan zul je daarna waarschijnlijk nooit meer je thee verpesten door hem weer te zoeten.

Er zijn nog meer controversiële kwesties met betrekking tot het drinken van thee, maar de bovenstaande punten tonen al wel hoe nauw dit hele gebeuren is gaan luisteren.

Dan zijn er ook nog de geheimzinnige sociale omgangsvormen rond de theepot (waarom is het bijvoorbeeld onbeschaafd om uit het schoteltje te drinken?) en er zouden veel woorden vuil gemaakt kunnen worden over het bijkomende nut van theeblaadjes, zoals het voorspellen van de toekomst van gasten, het voeren van konijnen, het genezen van brandwonden en het vegen van het tapijt.

 

Vertaling: Thomas Heij, 12 januari 2020.
Oorspronkelijk verschenen als ‘A Nice Cup of Tea’, Evening Standard, 12 januari 1946.

 

Lees ook mijn andere vertalingen en teksten.