Weil

In alles tot het uiterste. Leven en denken van Simone Weil

‘In alles tot het uiterste’ een fijne kennismaking met het leven en denken van Simone Weil, voor wie de hype nog niet had meegekregen.

In alles tot het uiterste. Leven en denken van Simone Weil

Deze bespreking van ‘In alles tot het uiterste’ van Frits de Lange schreef ik december 2024 voor Trouw.

De auteur

Toen theoloog en filosoof Frits de Lange in Parijs een boekje van Simone Weil in handen kreeg, was hij meteen verkocht. Weils compromisloosheid wekte irritatie, maar ook fascinatie. De Lange verzamelde in boekhandels en antiquariaten al het werk van Weil, tot hij zo’n beetje een meter aan boeken van haar had. Hij las alles van en over Weil, vertaalde haar werk en schreef over haar. Zijn decennialange fascinatie heeft nu geleid tot de biografie In alles tot het uiterste.

Het onderwerp

De Lange is niet de enige bewonderaar van deze Frans-Joodse filosofe. Nobelprijswinnaar Albert Camus gaf haar werk uit en noemde Weil ‘de enige grote geest van zijn tijd’. Zonder haar werk was de wederopbouw van Europa volgens hem niet mogelijk. Nu woedt er in onze tijd in Nederland een bescheiden Weil-hype. Afgelopen jaren verschenen vertalingen van haar essays – van haar pleidooi tegen politieke partijen zelfs twee tegelijk.

Weil leefde van 1909 tot 1943, ze werd maar 34 jaar oud. Maar in die jaren leefde ze meerdere levens. Dat aan alle recente publicaties nu een biografie is toegevoegd, is dus niet gek. De Lange zet haar neer met een paar prikkelende tegenstellingen. Zo was Weil fysiek een klungel, maar geestelijk messcherp. Ze was een filosofielerares die in de autofabriek van Renault ging werken, een pacifiste die in de Spaanse Burgeroorlog zou strijden en een politiek filosoof die zich ontpopte als mystica.

Kenmerkende zinnen

De Lange kijkt bewonderend en tegelijk kritisch naar Weil: ‘Wie nu, ruim tachtig jaar na haar vroegtijdige dood in 1943, voor het eerst kennismaakt met haar werk, ondervindt – zo verging het mij tenminste toen ik haar voor het eerst las – dezelfde gemengde gevoelens van irritatie en fascinatie die Thibon (een met Weil bevriende wijnboer, red.) ervoer bij zijn eerste ontmoeting.’

Weil kan bij vlagen onuitstaanbaar stellig en veeleisend zijn, maar je raakt toch verwonderd zodra je haar wat langer leest, meent De Lange. Een prettige, eerlijke houding voor een biograaf, die hier een vlotte, persoonlijke verteltrant oplevert.

Redenen om dit boek niet te lezen

Het boek is niet chronologisch, maar thematisch ingedeeld. Verrassend, maar het levert wel wat herhalingen op en soms is de lijn een beetje moeilijk te volgen. Strikt genomen is alleen het tweede hoofdstuk de chronologische biografie en daarin vliegen we in tien pagina’s door Weils leven. Daarna krijgt de mystieke Weil meer aandacht dan de politieke. Verwacht ook geen spectaculaire nieuwe ontdekkingen, daar is het De Lange niet om te doen.

Opvallend is dat De Lange Weil telkens weer ‘Simone Weil’ noemt. Dat zien we vaker. Bij mannelijke denkers als Descartes en Sartre wordt dan alleen de achternaam genoemd, maar bij vrouwelijke filosofen als Hannah Arendt en Simone de Beauvoir komt ineens consequent de voornaam erbij. Met die gewoonte moest het maar eens afgelopen zijn.

Redenen om dit boek wel te lezen

In dit geval is het telkens noemen van de voornaam een kleinigheid, want De Lange neemt zijn onderwerp gelukkig serieus. Waar anderen Weil nog weleens behandelden als pathologisch geval of juist als heilige, vermijdt De Lange beide. Daardoor biedt In alles tot het uiterste een fijne kennismaking met Weils leven en denken, voor wie de hype nog niet had meegekregen.

De gekozen thema’s zijn ook boeiend. Zo verbindt De Lange Weils ideeën over lichamelijkheid met haar eigen fysiek. Daar leent een biografie zich natuurlijk goed voor. Hij toont overtuigend dat haar slechte motoriek, eetproblemen en vooral de aanhoudende hoofdpijnen grote invloed hadden op Weil en haar werk.

De Lange kent duidelijk de weg in Weils oeuvre, van haar dissertatie over Descartes tot haar postuum verschenen hoofdwerk Verworteling, en haar essays, brieven en cahiers – haar ‘laboratorium voor het denken’.Hij lardeert zijn verhaal met mooie citaten en tekenende anekdotes.

Neem het advies dat ze kreeg van Alain, haar filosofieleraar op de middelbare school: ‘Elke dag minstens twee uur schrijven, maakt niet uit waarover!’ Je gelooft meteen dat Weil het ter harte nam. En dat beeld zal bij wie enige aspiraties heeft als schrijver of filosoof nog wel even door het hoofd blijven spoken.


Lees ook:

• Mijn bespreking van Over oorlog van Simone Weil