
Thomas Nagel over ethiek
Deze bespreking van Het vraagstuk ethiek van Thomas Nagel, vertaald door Lev Mordegaai, schreef ik in oktober 2025 voor Trouw.
De auteur
De Amerikaanse filosoof Thomas Nagel is buiten de universiteit maar nauwelijks bekend. Dat terwijl hij in de academische filosofie toch al jarenlang een grootheid is, vooral in de filosofie van de geest en in de ethiek. Afgelopen tijd verschenen meerdere van zijn werken in Nederlandse vertaling, dus wellicht komt daar nu verandering in.
Nagel maakte naam met ‘Hoe is het om een vleermuis te zijn?’ uit 1974. In dat essay betoogt Nagel dat bewustzijn alleen van binnenuit begrepen kan worden en niet van buitenaf. Zo kunnen wij als mensen wel ontleden hoe de zintuigen van een vleermuis werken, maar nooit weten hoe het is om een vleermuis te zijn omdat we nu eenmaal vastzitten aan onze eigen zintuigen en het menselijk perspectief.
Het boek
Het onderscheid tussen subjectief en objectief keert vaker terug in Nagels werk. Bijvoorbeeld in zijn pas naar het Nederlands vertaalde Het vraagstuk ethiek. Dit dunne boek bevat twee essays van Nagel – een lezing uit 2015 en een symposiumbijdrage uit 2016 –, plus een duidelijke toelichting van de uitgever, waarin Nagels denken beknopt wordt geduid.
Morele intuïties
‘Morele intuïtie en morele kennis’, het eerste essay, is een soort stoomcursus ethiek. Nagel zet daarin plichtethiek tegenover consequentialistische ethiek. Een plichtethiek gaat uit van vaste morele regels en is gebaseerd op de onschendbaarheid van ieder mens: sommige dingen mogen we anderen nooit aandoen. Een consequentialistische ethiek kijkt naar de uitkomst van een handeling. De handeling die het meeste geluk voor de meeste mensen oplevert, is dan de juiste handeling.
Nagel legt het verschil uit aan de hand van de vraag of je krijgsgevangenen mag martelen om waardevolle informatie los te peuteren. Als je consequentialistisch ‘van buitenaf’ kijkt, kun je een rekensom maken: de ellende van één iemand die wordt gemarteld weegt dan misschien niet op tegen het redden van vele levens.
Maar bekijk deze kwestie eens ‘van binnenuit’: stel je voor dat je zelf de ondervrager bent en moet besluiten of je de gevangene gaat martelen. Dan zul je waarschijnlijk toch een sterke intuïtie voelen dat martelen niet mag. Zulke morele intuïties horen volgens Nagel bij de plichtethiek en die moeten we niet negeren. Beide ethische stromingen zijn volgens hem daarom waardevol.
Morele vooruitgang
In het tweede essay, ‘Morele werkelijkheid en morele vooruitgang’, stelt Nagel dat morele vooruitgang mogelijk is. De afschaffing van slavernij, de emancipatie van vrouwen en acceptatie van homoseksualiteit, dat zijn volgens Nagel duidelijke voorbeelden van morele vooruitgang. Hij schrijft:
‘Deze veranderingen benoemen als “morele vooruitgang” is een normatieve bewering. Die bewering houdt in dat er geldige morele redenen waren om de morele praktijken die op dat moment heersten te vervangen door andere. In sommige gevallen waren die redenen toegankelijk lang voordat ze algemeen erkend werden, maar dat is niet altijd het geval.”
Van morele vooruitgang is dan sprake als iets wordt erkend waarvoor eerder al toegankelijke morele redenen waren – de acceptatie van homoseksualiteit bijvoorbeeld, want het geluk en de vrijheid van individuen was al begrijpelijk. Of als er nieuwe morele redenen worden gevonden – de vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld, want daarvoor was volgens Nagel eerst de moderne opvatting van burger en staat nodig.
Redenen om dit boek te lezen
Of morele vooruitgang mogelijk is, is een fundamentele filosofische vraag. Nagel betoogt dus van wel en dat sluit aan bij veel van onze hedendaagse morele intuïties. Zijn positie is genuanceerd. Hij herformuleert de vraag of iets wat we nu slecht vinden eerder ook slecht was tot de vraag in hoeverre morele redenen toegankelijk waren in een bepaalde tijd.
Wij vinden tegenwoordig de constitutionele democratie goed en slavernij slecht. Maar kun je het Thomas More, geboren in de vijftiende eeuw, kwalijk nemen dat hij niet voor zo’n democratie was? (Nee, zegt Nagel.) Kun je het Aristoteles, geboren in de vierde eeuw v.Chr., kwalijk nemen dat hij slavernij verdedigde? (Ja, zegt Nagel.) Dat zijn prikkelende vragen.
Redenen om dit boek niet te lezen
Verwacht geen uitgebreide casestudy’s. Deze essays zijn grotendeels ‘logisch-metafysische uitweiding’, zoals Nagel zelf schrijft. Het gaat hier om de grondslagen van de ethiek. Ook heeft Nagel een wat omslachtige, wollige manier van formuleren en vertaler Lev Mordegaai heeft die trouw gevolgd.