
De dronken filosoof
Voor Trouw besprak ik ‘De dronken filosoof. Moderne denkers en schrijvers over de roes’ van Thomas Crombez, in april 2025.
De auteurs
Thomas Crombez is filosoof, schrijver, vertaler, uitgever en docent, en al die rollen speelt hij bij De dronken filosoof. Dit boek is namelijk een chronologische bloemlezing van filosofische fragmenten over de roes – opgewekt door cocaïne, hasj, lachgas, opium maar ook door muziek, kunst, een balletuitvoering of zelfs de eerste rondvlucht van een zeppelin. Crombez koos en vertaalde ook de meeste fragmenten, en voorzag ze van beknopte, behulpzame introducties.
De auteurs die Crombez selecteerde lopen uiteen van Paolo Mantegazza met een fragment uit 1859 tot Laurent de Sutter met een tekst uit 2017. Daartussenin vinden we veel beroemde schrijvers als Nietzsche, Baudelaire, Freud, Max Weber, Karl Jaspers en Aldous Huxley. Ze benaderen en beoordelen de roes steeds net weer een beetje anders.
Het onderwerp
Iedereen heeft zich na een paar wijntjes weleens een groot filosoof gevoeld. Tijdens een roes ervaren we de wereld anders dan normaal en denken we wat vrijer. Soms denken we dan briljante ingevingen te hebben. Alleen zodra de ontnuchtering toeslaat, groeit ook het besef dat die ons weer ontglippen. Grappig, maar voor serieuze filosofen ook een serieus probleem. Want hoe neem je nou waardevolle inzichten die je tijdens een roes opdoet mee naar de nuchtere wereld? Die vraag keert bij meerdere denkers in deze bundel terug.
Zo kreeg psycholoog William James toen hij lachgas gebruikte plots het gevoel dat hij iets begon te begrijpen van de dialectiek van Hegel, waarbij twee tegendelen toch één geheel vormen. James schreef: ‘Ik heb vellen en vellen vol met zinnen die ik tijdens de roes gedicteerd of neergeschreven heb, en die voor de nuchtere lezer betekenisloos gebrabbel lijken. Maar op het moment dat ik ze schreef waren ze versmolten in het vuur van een oneindige rationaliteit.’
Kenmerkende zinnen
James illustreert zijn punt met enkele regels: ‘Het eens zijn – Het oneens zijn!! Emotie – motie!! Sterven weg van, van, sterven weg (zonder de van). Verzoening van tegenpolen; nuchter, dronken, het komt op hetzelfde neer! Goed en kwaad verzoend in een lach! Het ontsnapt, het ontsnap! Maar… Wat ontsnapt er, WAT ontsnapt er?’
Tja. Dat behoeft nog wat uitleg. Die geeft James gelukkig ook wel, al moet je om hem (en Hegel) werkelijk te begrijpen misschien toch die ervaring zelf hebben gehad.
Redenen om dit boek te lezen
Crombez toont met deze bloemlezing de rijkdom van het denken over de roes. De auteurs in zijn selectie belichten de roes vanuit allerlei hoeken: wetenschappelijk, artistiek, filosofisch, politiek en ethisch.
Bovendien is het Crombez goed gelukt om ook minder bekende namen te vinden. Zo komt horrorschrijver Arthur Machen met een originele interpretatie van de overdadige hoeveelheid wijn in de verhalen van François Rabelais en melkpunch in die van Charles Dickens. En wetenschapsfilosoof Vinciane Despret werpt de prikkelende vraag op wat het gedrag van de rumdrinkende apen op een Caribisch eiland zegt over ons eigen drankgebruik.
Ook is het vermakelijk om te lezen hoe de verschillende schrijvers woorden proberen te vinden voor hun knotsgekke visioenen en sensaties. De meest wonderlijke ervaringen worden bloedserieus neergepend. Zo vertelt iemand die een experiment met mescal onderging dat zijn eigen been in blauwe vlammen kwam te staan nadat hij het had aangeraakt met een beschuitje.
Redenen om dit boek niet te lezen
Niet alle teksten zijn even boeiend. De openingstekst, van Mantegazza over cocaïne, is al meteen een beetje saai en droog – behalve het lijstje fantasmagorieën. Freud nam Mantegazza’s verhaal deels over en dacht aanvankelijk dat coca wel een goed afkickmiddel was voor morfineverslaafden. Foutje, bleek later. Dus deed Freud afstand van de betreffende tekst. Mooi tijdsbeeld, maar filosofisch gezien leveren deze fragmenten niet zo gek veel op.
Ook blijft de vraag hangen wat we als lezer nu precies met deze teksten moeten. Het geheel is geen pleidooi tegen de roes, maar ook geen aansporing om zelf aan de slag te gaan met roesmiddelen. Het boek opent met de oproep van Baudelaire – ‘wees dronken zonder ophouden!’. Het eindigt met een felle kritiek op ‘narcokapitalisme’: het idee dat de mens omwille van economische efficiëntie wordt onderdrukt met behulp van drugs en medicatie. Wat we van dat alles moeten denken, moeten we zelf maar uitvogelen.