Klokslag dertien: Orwells openingszin

De openingszin van ‘1984’ van George Orwell. Hoe je het precies meet, weet ik niet, maar dit moet een van de beroemdste openingszinnen zijn.

Klokslag dertien:
Orwells openingszin

‘Het was een heldere, koude dag in april, en de klokken sloegen dertien.’

It was a bright, cold day in April, and the clocks were striking thirteen.

Nineteen Eighty-Four – George Orwell, vert. Tinke Davids

De eerste zin van Nineteen Eighty-Four van George Orwell. Hoe je het precies meet, weet ik eigenlijk niet, maar dit moet toch een van de allerberoemdste openingszinnen zijn. Waarschijnlijk is het daarmee ook wel een van de allerberoemdste zinnen in het algemeen. 

Waarom is dit simpele zinnetje nou zo beroemd geworden? Wat is de kracht van Orwells openingszin?

De klok heit dertien

Toen ik die zin voor het eerst las, jaren geleden, zag ik eerlijk gezegd niks geks. Heldere dag, het is april, klokken slaan dertien: prima. Misschien kwam het doordat ik te snel begon te lezen, om maar meteen goed op gang te komen. Of misschien kwam het doordat ik zelf graag tijdstippen in 24-uursnotatie schrijf, want dat is duidelijker.

Maar de rest van de wereld – en ik, in tweede instantie – leest een doorsnee zin totdat die klokken dertien slaan. Want 24-uursnotatie of niet, dat doen klokken nou eenmaal nooit in onze wereld. We hebben hier dus te maken met een andere wereld, een waarin we zelfs klokken niet kunnen vertrouwen.

Processing…
Success! You're on the list.

Diep lezen

Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel grijpen Orwells openingszin aan om iets te zeggen over de manier waarop we lezen. In hun pas verschenen boek De lezende mens breken ze een lans voor ‘diep lezen’: aandachtig, zorgvuldig en kritisch lezen.

Over Orwell schrijven ze: 

Vanaf de eerste zin in de roman wijdt George Orwell de lezer haast ongemerkt in in de kunst van het diepe lezen. En waarom? Omdat hij van het volgende overtuigd is: als mensen niet goed kunnen schrijven of lezen, dan kunnen ze niet goed denken, en als zij niet goed kunnen denken, dan doen anderen het denken wel voor hen.

En dat is precies wat er in Nineteen Eighty-Four vervolgens aan de hand is. Het regime probeert al het denken en alle gevoelens van zijn onderdanen te bepalen. 

De Britse lezer is in beginsel de 12-uursnotatie gewend en kent de 24-uursnotatie misschien alleen uit het leger. Die dertien heeft dan een militaire bijklank. Zo kunnen we dus uit dat ene zinnetje al oppikken dat we te maken krijgen met een wereld die door een militair regime bepaald wordt en dat we moeten opletten, diep lezen en zelf nadenken.

Subtiel of niet

Ook de beroemde Britse literatuurcriticus Terry Eagleton haalt Orwells openingszin aan. Ook Eagleton benadrukt het belang van langzaam en diep lezen. En ook volgens Eagleton begint dat meteen bij de eerste zin.

Bij een openingspassage en literaire passages in het algemeen, schrijft hij in How to Read Literature, kun je letten op de klank, grammatica, syntax, toon, emotie, onuitgesproken veronderstellingen en implicaties, etcetera, enzovoorts – de ‘microaspecten’ van de literaire kritiek. 

Over de beginzin van Orwell schrijft Eagleton:

‘De eerste zin ontleent zijn effect aan het feit dat het woord ‘dertien’ heel zorgvuldig is geplaatst in een verder onopvallend stukje beschrijving, waarmee wordt aangegeven dat de scène zich ofwel in een onbekende beschaving, ofwel in de toekomst afspeelt. […] De meeste lezers die Orwells roman openslaan zullen al weten dat het verhaal zich in de toekomst afspeelt, zij het de toekomst van de auteur in plaats van die van onszelf. Maar het kan best zijn dat je vindt dat het vreemde slaan van de klokken aandoet als een tikje te voulu, te ‘gewild’, zoals de Fransen het noemen als iets te berekend of zelfbewust wordt gedaan. Misschien is dit detail wel gekunsteld. Het zegt net iets te duidelijk ‘Dit is science fiction’.

(eigen vertaling)

Misschien. Het is hoe dan ook subtieler dan bijvoorbeeld de openingszin van De hobbit van Tolkien: ‘In een hol onder de grond woonde een hobbit’. Ook een doorsnee zin – tot het laatste woord. Subtiel of niet, beide zinnen zijn toch iconische openingszinnen. 

Stof en gruis

De details waar Eagleton wél enthousiast van wordt, vindt hij in de tweede zin. Hoofdpersoon Winston Smith loopt zijn flat in en de gemene wind blaast een werveling van stof en gruis mee naar binnen. Daarover schrijft Eagleton:

‘Stof en gruis zijn tekenen van willekeur en toeval. Ze representeren stukjes spul zonder rijm of reden, die niet passen in een alomvattend of betekenisvol ontwerp. Je kunt ze daarom zien als het tegendeel van het totalitaire regime dat in de roman wordt beschreven.’

(eigen vertaling)

Ja, dat is inderdaad een stuk subtieler dan die dertien klokslagen.

Ik denk dat we er nog aan kunnen toevoegen dat Orwell met dit soort elementjes – naast het stof ook de terugkerende geur van gekookte kool en de open spatader van Winston – niet alleen betekenisvolle details toevoegt, maar ook iets van realisme zijn fictieve wereld in wil brengen. Hebben we het eerder over gehad.

Onopvallende woordjes

Nu hebben we eigenlijk alleen het laatste woord van de zin goed en langzaam gelezen. Maar ook de andere woorden verdienen aandacht. 

Je zou het misschien niet zeggen, maar Orwell herschreef zijn zinnetje flink. Dat hij ook alle onopvallende woordjes heel zorgvuldig plaatste, kunnen we opmaken uit zijn herzieningen. Dit stond er eerst:

It was a cold, blowy day in early April, and a million radios were striking thirteen.’

Dus voordat Orwell uiteindelijk ‘the clocks’ koos, stond er eerst ‘innumerable clocks’ en daarvoor ‘million radios’. Kijk en dan zou Eagleton helemaal zijn gaan steigeren, en ik met hem. Een miljoen radio’s die dertien slaan, dat is in een verhaal dat toch enigszins realistisch wil overkomen echt over de top. Vond Orwell kennelijk zelf ook.

Ook schrapt Orwell de ‘early’ voor ‘April’. Geen idee waarom. April 2022 bewijst in elk geval dat het ook tegen het eind van april helder én koud kan zijn. 

Cold, blowy’ wordt ‘bright, cold’. Misschien omdat Orwell de wind pas in zin twee wil noemen, om er meteen het stof en gruis mee naar binnen te blazen. Ik vind ‘bright’ hier heel goed, want als het ook nog eens een grauwe, grijze dag was geweest, dan werd het allemaal wel erg… nou ja, grauw en grijs. En daar hebben we de rest van het boek nog voor.


1984 – George Orwell, vertaald door Tinke Davids, de Arbeiderspers, 1950/2020.
De lezende mens – Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel, Atlas Contact, 2022.
How to Read Literature – Terry Eagleton, Yale, 2013.
De hobbit – J.R.R. Tolkien, vertaald door Max Schuchart, uitgeverij-M, 1957/2003.
Nineteen Eighty-Four: The Facsimile of the Extant Manuscript – George Orwell, Secker & Warburg, 1949/1984. Een stukje is te zien op Google Books.

Lees ook: