recensie: Martha Nussbaum

Voor iFilosofie #0 besprak ik in 2016 De nieuwe religieuze intolerantie van Martha Nussbaum, in aanloop naar haar lezing bij de ISVW.

Martha Nussbaum: De nieuwe religieuze intolerantie

nussbaum
In haar boek, De nieuwe religieuze intolerantie, past Martha Nussbaum haar aanstekelijke methode van filosoferen toe op religie. In het boek analyseert ze de angst voor religies, met name de islam, aan de hand van allerlei Amerikaanse en Europese voorbeelden. Ze bepleit een Socratische houding ten opzicht van religieuze minderheden.

De Europese politiek wordt beheerst door een irrationele angst voor de islam, stelt Nussbaum. Hoewel angst rationeel kan zijn – bijvoorbeeld bij evacuaties voor de orkaan Irene – heeft het volgens haar ook een irrationele, verkeerde kant: ‘Angst bedreigt of verhindert liefde.’ Daardoor kan angst uitgroeien tot een bron van intolerantie. Dat maakt angst tot een machtig wapen in de handen van demagogen: ze baseren zich op een reëel probleem, projecteren angst op een kwetsbare groep en voeden die angst met griezelverhalen.

Nussbaum zoekt manieren om deze ‘politiek van angst’ te doorbreken. Haar voornaamste wapen daarbij is kennis. Angst voor een onbekende religie los je volgens Nussbaum simpelweg op door kennis te maken met aanhangers van die religie en hun gebruiken. Ook zelfkennis is nodig. Onder het Griekse motto Ken uzelf pleit ze voor een kritisch zelfonderzoek, ‘zodat je buiten jezelf kunt treden, de rechtvaardigheid kunt dienen en de vrede kunt bevorderen’. Nussbaum vindt dit al terug bij Socrates.

Als kosmopolitisch denker vindt Nussbaum dat we moeten handelen naar het democratische principe van gelijk respect voor alle burgers. Ten tweede moeten we kritisch denken en innerlijke tegenstrijdigheden opsporen. Zo wijst ze op inconsequenties rond het boerkaverbod – waarbij ze kort verwijst naar Rita Verdonk. Als het argument voor boerkaverbod onwenselijke, identiteitsverhullende gezichtsbedekking is, dan zou ook Nussbaums eigen zomeroutfit verboden moeten zijn – een grote hoed en een zonnebril waardoor je haar gezicht nauwelijks nog ziet. Verbied je dat niet, dan meet je met twee maten. Het verschil zit hem natuurlijk in de religieuze lading van de gezichtsbedekking. Een gelovige zou dan het gezicht niet mogen bedekken, terwijl een ongelovige dat wel mag en dat is volgens Nussbaum niet rechtvaardig. Op soortgelijke wijze argumenteert ze dat Park51, een op liberaal-islamitisch waarden gebaseerd centrum in de buurt van Ground Zero, niet verboden zou moeten worden, omdat het toevallig islamitisch zou zijn.

Hoewel Nussbaum zich bij haar pleidooi voor tolerantie vooral baseert op Europese denkers, verwijt ze Europa een verkeerde houding ten opzichte van andere religies. Europa kent een donkere traditie van religieuze intolerantie. Eeuwenlang verscheurden religieuze oorlogen het continent. En nog altijd dwingen Europese landen immigranten zich aan te passen aan de eigen cultuur. Deze aanpassingsgedachte stamt volgens Nussbaum uit de romantiek. De staten waren net gevormd, en de burgers zochten een eigen identiteit, wat uitmondde in nationalisme. De sporen hiervan vindt Nussbaum terug bij het minarettenverbod in Zwitserland en de aanslag van Anders Breivik.

Hoewel ook Amerika natuurlijk problemen kent, ziet Nussbaum toch vooral veel heil in de Amerikaanse aanpak van godsdienstigheid. Amerika kent al eeuwen een liberaal immigratiebeleid en is geneigd mensen met allerlei religies op te nemen. Ze ziet deze aanpak als de ‘oplossing voor de Europese problemen’. Opmerkelijk is dat ze bij de bespreking van de Europese problemen niet verwijst naar de Europese controverses rond Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali. Wilders bedient zich (uiterst succesvol) van anti-islamretoriek en Hirsi Ali is als ex-moslima bekend met de gebruiken van de islam. Beiden zouden een goede test vormen voor Nussbaums ideeën. Ook interessant is hoe zij op 23 juni gaat reageren op kwesties als de sharia-rechtbanken, vrouwenonderdrukking in de islam en religieuze homohaat.

Nussbaum eindigt met een oproep tot nieuwsgierigheid en vriendschap. Ze roept op om de verbeelding te stimuleren door af en toe ook eens het gezichtspunt van andere religies in te nemen. Filosofie en literatuur kunnen hierbij helpen. Het blijft dan de vraag wanneer de angst voor moslimterrorisme wel rationeel is, en wanneer onze nieuwsgierigheid en ons inlevingsvermogen voldoende is getraind.